Hees 12, 5521 NV Eersel

Monument naam: De Hoge Hees
Plaats monument: Eersel
Bescherming: Gemeentelijk monument
Monumentnummer: 4.31.1.029
Monument categorie: Gebouwen, woonhuizen
Oorspronkelijke functie: Landhuis
Huidige functie: Woonhuis, galerie
Complex:
Complextype:
Datering:
Situering: Buiten de bebouwde kom
Inschrijving register: 10 september 2002
XY coordinaat: 150835 / 375932
Kadastrale gemeente: Eersel
Sectie perceel:
Oorspronkelijk bouwjaar: 1919
Grondgebruik:
Afmeting terrein:
Bronnen: [“J. Spoorenberg e.a., Drie Zaligheden, Eersel, Duizel, Steensel, Hapert 1989″,”Chr. Thijssen, Kleine historische gids van Eersel en zijn monumenten, Eersel 1996”]
Content: Historie en ligging:

Landhuis “De Hoge Hees”, thans woonhuis annex galerie, in 1919 gebouwd naar een ontwerp van Nicolaas Eekman in Gooise landhuisstijl voor Mej. Mirandolle (een rijke Amsterdamse met koffieplantages in Nederlands-Indië). Volgens de huidige bewoner is dit het enige bouwkundige ontwerp van deze kunstenaar. De architectuur wordt gekenmerkt door een mengvorm van Engelse cottagestijl-invloeden en elementen van landelijke bouwkunst uit het Gooi, zoals lage bakstenen bouwlaag waarin traditionele venstertypes met kleine ruitjes en luiken, forse rieten kap met dakkapellen, houten veranda (overdekt terras) en een hall met schouw en trappenhuis. De “in stijl” aangebouwde galerie komt niet voor bescherming in aanmerking.

De opdrachtgeefster bezat in de directe omgeving een gebied van ca.50 hectare. Het vrijstaande pand ten zuiden van het landhuis (Hees 10) was gebouwd als dienstwoning. Het landhuis bevindt zich in het buitengebied tussen de kernen Eersel en Steensel en is gesitueerd aan de rand van de buurtschap De Hees in een bosrijke omgeving nabij de snelweg A67. De tuinaanleg is gemoderniseerd. Oude elementen in de beplanting zijn twee populieren, twee bruine beuken en een lindeboom.

 

Plattegrond en opbouw:

Landhuis van één bouwlaag en zolderverdieping op rechthoekig grondplan (de toegevoegde galerie aan de westzijde komt niet voor bescherming in aanmerking). De in halfsteensverband gemetselde gevels worden afgesloten door een muizetandlijst en hebben op de hoeken steunberen die zich verjongen. De uitgespaarde muuropeningen worden afgesloten door kopse rollagen of strekken. De vensterkozijnen bestaan uit licht getoogde houten bovendorpels en enigszins uitkragende houten onderdorpels.

Het tentdak wordt bekroond door een gemetselde schoorsteen. De windvaan met jaartal “1919” op de schoorsteen is niet oorspronkelijk. Het van oorsprong rieten dak is thans gedekt met shingles. Boven de ingang en een venster in de zuidgevel èn een venster in de oostgevel is het dak boogvormig opgewipt. De dakkapellen zijn recht of halfrond afgesloten.

 

Voorgevel:

In deze gevel aan de zuidzijde bevindt zich de ingang, die bestaat uit een opgeklampte tweedelige deur van kraaldelen en een bovenlicht met roedenverdeling (cirkel tussen twee vierkanten). Rechts van de ingang bevinden zich twee halfronde tweeruits raampjes. Het zeer brede venster links van de ingang bestaat uit een driedelig kozijn met zestigruits middenraam en vijftienruits draairamen met luiken aan weerszijden. In de gevelterugsprong links hiervan bevindt zich een klein zesruits raam met luik, en een kruiskozijn met onder het kalf negenruits draairamen met luiken en boven het kalf zesruits ramen met diefijzers.

 

Linker zijgevel:

Deze gevel wordt volledig aan het zicht onttrokken door de uitbreiding met galerie.

 

Rechter zijgevel:

Deze symmetrisch ingedeelde gevel heeft een segmentboogvormig afgesloten middenrisaliet waarin een kruiskozijn van het eerder omschreven type. Aan weerszijden van de risaliet bevindt zich een klein vierruits draairaampje met luik.

 

Achtergevel:

Deze gevel heeft in het midden een gevelterugsprong in combinatie met een veranda onder aankapping. In de gevelterugsprong bevindt zich een groot samengesteld venster (groot meerruits raam, geflankeerd door minder hoge vijftienruits draairamen), een ingang met opgeklampte deur en een tweeruits raampje ter plaatse van het trappenhuis. Voor deze terugsprong is een terras met afgeschuinde hoeken aangelegd. De aankapping boven het terras wordt ondersteund door vier met planken beklede stijlen met schoren. De achtzijdige stijlen zijn geplaatst op hardstenen poeren. Links van dit overdekte terras (veranda) bevindt zich een tweedelig kozijn met vijftienruits draairamen en luiken; rechts hiervan bevindt zich een kruiskozijn van het eerder omschreven type.

 

Interieur:

Het interieur van het woonhuis is grotendeels intact. Het belangrijkste ruimtelijke element is de zogenaamde hall. Dit grote vertrek strekt zich uit van de voor- tot achtergevel en bezit vele in vurenhout uitgevoerde interieurelementen, zoals diverse deuren met smeedijzeren hang- en sluitwerk, een bordestrap met bewerkte trappaal en spijlen, een balklaag met eenvoudig geprofileerde consoles, een kastenwand met geïntegreerde muurbanken onder een venster, en een betimmerde schouw die tevens dienst doet als zitnis: twee bankjes van kraaldelen aan weerszijden van de stookplaats. Tegen de betegelde achterwand van de schouw (wit- en schildpadtegels geblokt) is een haardplaat geplaatst met de afbeelding van een fluitist en danseres (volgens huidige bewoner daterend van omstreeks 1700).

 

Bijgebouwen:

Ten zuiden van het woonhuis staat een vrijstaand schuurtje dat voor de bescherming van ondergeschikt belang is: rechthoekig gebouwtje in halfsteensverband met steunberen op de hoeken, opgeklampte deur met smeedijzeren beslag, twee vierruits raampjes met elk een luik, schilddak met rode tuiles du Nord.

Hees 12
Foto Winfried Thijssen (2003)

Waardering: Het object heeft architectuurhistorische waarde

–       als goed en zeldzaam voorbeeld van een klein landhuis, “De Hoge Hees” genaamd, dat in 1919 is gebouwd naar ontwerp van kunstenaar N. Eekman in Gooise landhuisstijl (naar verluidt zijn enige architectonische ontwerp);

–       vanwege de hoogwaardige esthetische kwaliteiten van het ontwerp, dat wordt gekenmerkt door een mengvorm van Engelse cottagestijl-invloeden en elementen van landelijke bouwkunst uit het Gooi, zoals een lage bakstenen bouwlaag waarin traditionele venstertypes met kleine ruitjes en luiken, forse rieten kap met dakkapellen, houten veranda en een hall met schouw en trappenhuis (niet oorspronkelijk zijn de huidige dakbedekking en de aangebouwde galerie);

–       vanwege de zeldzame en gave in vurenhout uitgevoerde (woning-)interieurelementen, zoals deuren, een bordestrap, een kastenwand met geïntegreerde muurbanken en een grote schouw annex zitnis.

Het object heeft stedebouwkundige waarde

–       vanwege het ensemble dat het pand vormt samen met de nabijgelegen voormalige dienstwoning en de oude beplanting, temidden van een fraaie landschappelijke en bosrijke omgeving.

Het object heeft cultuurhistorische waarde

–       als voormalig landhuis van Mej. Mirandolle, de toenmalige eigenaresse van het landgoed.

  • Twitter
  • Facebook
  • LinkedIn
  • email
  • PDF
  • Print