Lezing: “Maarten van Rossums plundertochten op het Brabantse platteland” door Sander Wassing

Datum: dinsdag 12 november 2019
20:00 - 22:00

Locatie
Kempenmuseum De Acht Zaligheden


Hoe Maarten van Rossum en zijn ‘gelderaers’ Brabantse boeren teisterden

“Blaken en branden is het sieraad van de oorlog”. De lijfspreuk van de Gelderse krijgsheer Maarten van Rossum (ca. 1490-1555) werden door hem en zijn soldaten omgezet in meedogenloze daden. Bij het Brabantse platteland denken we vandaag de dag vooral aan idylle, gemeenschapszin en fraaie landschappen. Hoe anders was dat in de zestiende eeuw!
Brabant vormde toen regelmatig het toneel van guerrilla overvallen door Gelderse krijgsbenden. Kerkklokken, boden en rookkolommen aan de horizon waarschuwden dorpsbewoners dat de ‘gelderaers’ in aantocht waren. Van Rossum stond in de zestiende eeuw bekend als de ‘gesel van de boeren’. Keizer Karel V (1500-1558) koesterde de ambitie om alle Nederlandse provincies aan zijn gezag te onderwerpen. Dat betekende dat hij ook het hertogdom Gelre bij zijn gebieden wilde voegen; een ambitie waar de Gelderse hertogen zich uiteraard fel tegen verzetten. De gewone man kreeg de rekening gepresenteerd van het conflict dat tot 1543 steeds hoger opliep.

Voor de inwoners van de dorpen die samen de Acht Zaligheden vormden, kwam het oorlogsgeweld begin oktober van het jaar 1506 dichtbij zo lezen we in de kroniek van het St. Geertruiklooster te ‘s-Hertogenbosch:

‘Eodem anno den 7 dito quaem hij [Robert II van der Marck-Arenberg, bondgenoot van de
Gelderse hertog] tot Lommel, dat hij ten dele verbranden ende eensdeels verdingde; ende
voorts verbrant hij Dessel, Rethi ende alle de schaepskoijen van Postel’

Enkele dagen later, op 10 oktober ‘…sijn sij gecomen tot Eersel ende Bergijck, met welcke
dorpe sij accordeerde voor de somme van vierduijsent gulden.’

Niet altijd waren de bewoners van de regio overgeleverd aan de grillen van de Geldersen. Zo behaalde het Sint-Jorisgilde op Pinksterdag 1528 een overwinning op de hertog van Gelre bij het Heezerven.

Wie was Maarten van Rossum en wat dreef hem? Hoe trof zijn harde hand het Brabantse platteland en de dorpen Eersel en Bergeijk in het bijzonder? Deze en andere vragen worden tijdens de lezing aan de orde gesteld.