Archief portal



Historie Duizel kasteel



Vindplaats informatie    |    Media    |    Aantekeningen    |    Alles

  • Naam Historie Duizel kasteel 
    Vindplaats-ID DUIZEL KASTEEL 

  • Foto's
    Duizel Kasteel 001
    Duizel Kasteel 001

    Albums
    Duizel kasteel
    Duizel kasteel (7)
  •  Aantekeningen 
    • HET KASTEEL DAT AAN DE PROVINCIALEWEG TE DUIZEL GESTAAN HEEFT

      Rond het midden van de vorige eeuw, om precies te zijn in 1854, werd door de aanleg van de Prov. weg Eindhoven - Reusel, de Kempen ontsloten. Door de aanleg van deze eerste verharde weg in de streek werd een betere verbinding met de omliggende gebieden mogelijk.
      Het was ook in die tijd dat de landbouw, met de maatstaven van toen gemeten een redelijk tot goede tijd doormaakte.
      Dit is toen ook wel een van de voornaamste redenen geweest dat in die tijd kapitaalkrachtige en invloedrijke personen uit het nabij gelegen België hun blikken over de Nederlands - Belgische grens richtten. Verschillende van hen, dikwijls waren het Baronnen hebben toen hun geld hier in goedkope Brabantse heidegrond geïnvesteerd.
      In deze omgeving gebeurde dat hier in Duizel, in Bergeijk. Reusel en Borkel en Schaft.
      Soms ontgonnen ze grote complexen heidegrond om te bebossen. Ook bouwden ze er wel boerderijen en een jachtslot o.a. in Duizel en in Bergeijk. Ook werden er alleen boerderijen gebouwd zoals in Reusel.
      Welke prijzen er toen voor die heidegrond betaald werden heb ik niet kunnen achterhalen.
      Om U enige indicatie te geven over de grondprijzen die er omstreeks die tijd golden volgen er hier enkele, zoals ik ze her en der aantrof.
      Een vermelding uit 1797 spreekt van f. 4.20 per ha.
      In 1853 kocht Jan v.d. Griendt van de gemeente Deurne 600 ha. veengrond voor f. 80.-- per ha. Deze was voor vervening bestemd. De grond die er daarna overbleef werd het latere Griendtsveen en Helenaveen.
      In 1884 kochten twee Amsterdamse heren in Bakel 362 ha. heide voor f.3.538.- is f. 9.77 per ha. Deze grond was slecht gelegen en werd in eerste instantie maar ten dele ontgonnen.

      Van mijn grootvader weet ik, dat hij in 1903 in Steensel op een openbare verkoping 3,50 ha. bos - heide en smeel kocht voor f. 77.-- per ha.
      Landgoed "De Utrecht" groot ongeveer 2.000 ha., werd door de levensverzekeringsmaatschappij met diezelfde naam omstreeks de eeuwwisseling als heide aangekocht en deels ontgonnen deels bebost. In 1898 kochten ze van de gemeente Hooge en Lage Mierde, 700 ha. heide voor f. 24,-- per ha. Door omvangrijke aankopen in de volgende jaren werd dit gebied steeds verder uitgebreid en bereikte zijn huidige grootte. Ongetwijfeld vraagt men zich af: "Als de grondprijzen toen zo laag waren, waarom kochten de mensen hier die grond dan niet?" "Dat konden ze gewoon niet. omdat ze het geld ervoor niet hadden."
      Uit 1806 wordt vermeld, dat een boerderij in Helmond met 5 ha. bezaaid- en 3 ha. wei en hooiland, een opbrengst gaf van f. 396,-- per jaar. In de Peel gaf een boerderij van 4 ha. bezaaid- en 1 ha. weiland een opbrengst van f.449,50 per jaar.
      Uit deze cijfers blijkt wel, dat een boer er het geld niet voor had liggen. Ook het bankwezen bestond in die jaren nauwelijks en zat nog helemaal in particuliere handen.
      Om grond te kunnen bemesten was toen nog stalmest nodig en hiervoor moest men dan weer neer vee hebben. Om dit aan te kunnen schaffen, ontbrak het geld en er gebeurde dus niets.
      Bovendien kon een Baron een bankier of rentenier zich het wel veroorloven om geld in bossen te investeren. Voor hun was een generatie lang op een opbrengst wachten geen bezwaar. Een boer kon dit niet.
      Na deze voorbeschouwing keren we terug naar de situatie in Duizel en kijken wat daar rond het midden van de vorige eeuw gebeurde.

      In 1857 liet de Belgische bankier en vrijgezel Victor J.M. v.d. Schrieck in Duizel een groot stuk heide ontginnen. Hij was geen echte "Baron" maar was wel zeer gevleid als hij door de plaatselijke bevolking zo werd genoemd, hetgeen dan ook gebeurde.
      In de loop van de volgende jaren, bouwde hij in Duizel een behoorlijk bezit op. Hij was eigenaar van 16 ha. land met enkele mooie huizen, boerderijen en bossen. Daarnaast had hij in Hapert en Bladel nog uitgestrekte bezittingen, o.a. in Bladel een boerderij van 46 ha.
      In 1863 bouwde hij in Duizel, langs de in 1854 gereed gekomen Prov. weg een kasteel. Victor v.d. Schrieck moet ongetwijfeld een groot natuurliefhebber zijn geweest gezien wat hij daar indertijd bouwde en plantte. Het kasteel kwam in een 4,78 ha. groot park te staan dat ook als zodanig werd aangeplant. Bij de ingang aan de Prov. weg stonden onder twee machtige kastanjebomen, twee stenen zuilen met een leeuwtje erop.
      De uitgang van het park aan de zandweg naar Eersel (Hint), was aan het einde van "De Dreef" afgesloten met een fraaie ijzeren poort die in de volksmond "De Blauwe Poort" werd genoemd.
      Deze naam had ze ongetwijfeld verworven door de kleur waarin ze geverfd was.
      Deze poort en de Dreef vormden de kortste weg naar het koetshuis in de Groenstraat nr. 9. welks huis door zijn eigenaardige bouw en de gevelsteen uit 1858 boven de schuurdeur nog altijd aan v.d. Schrieck herinnert.
      De erlangs staande boerderij. (thans café "Den Aord"). behoorde ook tot zijn bezit en werd door de bedrijfsleider bewoont.
      Voor het personeel waren er slaapplaatsen boven het koetshuis.
      In de kasteeltuin waren ook enkele open terreintjes uitgespaard, er was een vijver, een paar theehuisjes en zelfs een ijskelder.
      Zoals altijd werd verteld werd hier in de winter als het vroor ijs uit de vijver ingereden om dit zolang mogelijk in het voorjaar te kunnen bewaren en dan voor koeling te gebruiken. Op die manier kon er ook wild in bewaard worden.

      Hoewel daar niet voor gebouwd, werd in de herfst, als de kastanjes in de kasteeltuin rijp waren deze ijskelder door de oppasser wel eens gebruikt om_er de jongens enkele enkelen uren in op te sluiten, die het op de kastanjes gemunt hadden.
      Deze ijskelder die nog altijd bestaat heeft de ingang aan de noordzijde. Hij is gedeeltelijk ondergronds gebouwd en boven met een gewelf dichtgemetseld. Het geheel is bedekt met een dikke laag grond en struikgewas met hoge bomen voor de isolatie.
      Aan de andere zijde van de Prov. weg liet hij de zgn. "Engelse tuin" aanleggen. Dit was ook een parkachtig bos met vele exotische houtsoorten erin, o.a. kurkeik en catalpa. Deze had een oppervlakte van 5,60 ha.. Dit was geen productiebos, de kasteeltuin ook niet.
      Victor v.d. Schrieck was ook beschermheer van de fanfare uit Hoogeloon.
      Op 1-10-1864 schonk hij een drapeau aan deze fanfare ter waarde van 2.000 Belgische francs.
      De franc was toen nog f. 0,47 waard.

      Over de verkwistende levenswijze. die er v.d. Schrieck op na hield, vertelde het Eindhovens dagblad van april 1916 nog een mooie anecdote.
      Ik citeer:
      In 1863 werd in Duizel 't zgn. kasteeltje gebouwd door de Belg v.d. Schrieck, een zonderling die de weg wist te vinden om in korte jaren een kapitaal vermogen in andere handen te doen overgaan.
      De man leeft te Duizel nog in de herinnering voort en zij die over de zestig zijn, weten o.a. nog met een gevoel van voldoening te vertellen hoe v.d. Schrieck op een merkwaardige dag met zijn welbekende oppasser, Thijs Sleegers het jachtveld in toog.
      "Thijs. zei hij en grinnikte even, wat ik vandaag schiet dat zal jij dragen! Begrepen." "Goed mijnheer. luidde het antwoord, maar zal jij dan ook dragen wat ik schiet?". 't Accoord werd wederzijds aangenomen. Na enkele uren verveelde v.d. Schrieck zich geweldig, een koppel patrijzen en een paar zware hazen mee door het jachtveld rondsjouwende.

      Thijs grinnikte eens even op zijn beurt. Reeds waren de beide jagers op weg naar huis toen v:d. Schrieck in Steensel plotseling het geweer aan de schouder bracht. Een dubbel schot weerklonk en een kalf dat speelde in de weide tuimelde hals over kop neder in het malse gras de poten machteloos uitstrekkend.
      "Pak op Thijs". lachte onze zonderling en zocht naar zijn beurs om de gedupeerde boer de dubbele waarde te betalen.
      Van de Schrieck verdween op een armzalige wijze zijn eind bereikend in een hospitaal in Leuven maar het kasteeltje bleef en zo is aan die man toch wel iets goeds te danken dat in de geschiedrollen van Duizel zal blijven opgetekend. Tot zover.

      Over de verkwistende manier van leven van v.d. Schrieck deed ook het verhaal de ronde dat hij in een nacht heel zijn vermogen verdobbeld zou hebben. Hoe dan ook, v.d. Schrieck ging failliet en al in 1866 kwam het drie jaar eerder gebouwde kasteel "onder de hamer". Het "ging niet af".
      Thuis hadden wij een perceel grond, dat tot de uitvoering van de ruilverkaveling in 1975 de naam: "Het veld van Schriecke droeg. Ongetwijfeld uit die failliete boedel afkomstig.
      Toch is het wel triest om zo aan zijn einde te moeten komen!
      Tussen 1866 en 1873 schijnt het kasteel aan diverse mensen verhuurd te zijn geweest.

      In 1873 werd het kasteel met boerderijen landerijen en bossen gekocht door nu een "echte Baron" Paul Emile Maria Baron de Cartier de Marchiennes, uit de Belgische provincie Henegouwen. Wat zijn vermogen aanging kon hij onder de milionaires gerangschikt worden.
      Naar plaatselijke begrippen had hij een omvangrijke veestapel: 14 stuks hoornvee, 5 paarden en 10 varkens. Ook hij had die veestapel nodig voor de mestproductie. Met 23 ha. land was hij in Duizel de grootste grondbezitter. Het kasteel diende als jachtslot.
      In de gemeente Duizel ca. besloeg zijn jachtterein 500 ha. Hij pachtte elk jaar het jachtrecht op de gemeentegronden. In Eersel, Hooqeloon, Vessem, Netersel en Veldhoven kwam daar ieder jaar nog 1.500 ha. bij.
      In de dorpsgemeenschap was hij een notabele figuur al bleef hij daar wel wat buiten staan, omdat hij door zijn diplomatieke functie, meestal elders vertoefde, van Washington tot Peking toe. Ook zijn Franstalige hofhouding droeg daar wel aan bij.
      Wel was hij het die zijn bewondering uitsprak over het feit, dat als men een bejaarde landman treft die zijn akker bewerkt, het wel kan gebeuren dat deze in vloeiend Frans antwoordt, als hem in die taal iets werd gevraagd. Hiermee doelde hij op de beroemde kostschool van wijlen Meester Panken, waarin destijds aan het Frans veel aandacht werd besteed.
      Blijkbaar was hij ook een weldoener van de kerk, want als in mijn jeugdjaren, in de kerk het "zielboek" werd afgelezen, waarin de overledenen werden herdacht, stond bij de rubriek "fundatie's" (schenkingen): Baron Paul Emile Maria de Cartier de Marchiennes en Baronesse Louise 'D Omniara zijne echtgenote.
      Voor het toezicht op de jachtgronden had de baron een en soms wel meerdere jachtopzieners in dienst. Dikwijls moesten die het tegen de jachtinstincten van de talrijke stropers opnemen, dat wel eens ooit hun eigen broers waren. Eens werden zelfs zijn jachthonden vergiftigd.
      Na het overlijden van Baron Paul Emile Maria de Cartier de Marchiennes in 1882, werd zijn zoon Emile Ernest de eigenaar van het kasteel en de bijbehorende boerderijen, landerijen en bossen.
      Deze was Belgisch Ambassadeur in Londen. Als de diplomatieke dienst het toeliet, volgde hij in deze contreien zijn grote hobby, de jacht. In het seizoen was het kasteel dan de uitvalplaats van de grote jachtstoeten van de baron, zijn familie en vrienden, waaraan zich dan de Duizelsen vergaapten. Het resultaat van zo'n jachtpartij zag ik eens, op een foto. Een hoogkar vol hazen.
      Tegenwoordig zegt men wel eens: "Een hobby mag wat kosten!" Maar van de baron werd in die tijd verteld dat iedere geschoten haas hem f 400,-- kostte.

      In 1912 heeft de baron een stukje grond van 22 are verkocht aan de Boerenbond van Duizel, om de stichting van het pakhuis mogelijk te maken. Op bedoeld stukje grond staat nu de Fiatgarage.
      Toen omstreeks 1916 in onze regionen de telefoon werd aangelegd was het kasteel alleen aangesloten, als de baron op het kasteel was. Vele jaren tot zijn overlijden op 6-8-1934. was Fried Geboers de oppasser van de Baron en woonde langs het kasteel in de oppassers woning. Later werd dat Harry de Vos.
      In 1932 schonk de Baron de Ver. tot behoud van Natuurmonumenten een 168 ha. groot complex heide, gelegen tussen Eersel en Hapert, hetwelk toen de Cartierheide werd genoemd. Hij bereikte hiermee wel dat zijn naam in de geschiedenis bleef gehandhaafd.

      Of voor de Baron de jaren begonnen te tellen. of dat hij door zijn werk als Ambassadeur in Londen de oorlog al in een vroeg stadium aan zag komen laat ik hier in het midden. Maar in de zomer van 1937 heeft hij hier al zijn onroerende goederen verkocht. In de Eindhovensche en Meierijsche Courant van 26-6-1937 stond deze advertentie:

      KASTEEL VAN DUIZEL.
      *******************
      Met omliggende boerderijen, bosschen, ontginningsgronden, enz.
      De Notarissen:
      DE WIT TE VALKENSWAARD EN KOTEN TE EERSEL, zullen ten verzoeken van Z. Exc. E.E. Baron de Cartier de Marchiennes, Belgisch gezant in Londen.
      A. Publiek verkopen:
      Het aan den grooten verkeersweg Eindhoven - Antwerpen. op 15 km. van Eindhoven gelegen, KASTEEL VAN DUIZEL
      met prachtig park en daarbij gelegen diverse boerderijen, bouw- en weilanden, eiken en dennenbossen, plantsoen, ontginningsgronden enz. alles gelegen onder Duizel en Eersel. ter grootte van ruim 80 ha.
      B. Het kasteel met aanhorigheden is zeer geschikt voor pension. klooster. vakantieoord, enz.
      Boerderij met omliggende bouw- en weilanden, welig wassende jonge dennenbossen, prachtig mijnhout, ontginningsgronden enz. te Hapert op de Pan, totaal groot ruim 45 ha.

      De verkopingen zullen plaats hebben: onder Duizel en Eersel op maandagen 28 juni en 5 juli 1937, resp. te Duizel bij C.Castelijns in de Tramhalte en in Eersel in de Harmoniezaal op de Markt, telkens namiddag 3 uur precies. Onder Hapert op donderdagen 1 en 8 juli 1937 telkens nam. 3 uur precies te Hapert in de Harmoniezaal bij de Heer Claassen.

      Voor aanvaarding, verkaveling, enz. zie de biljetten.
      Biljetten en situatietekening alsmede bewijs van toegang tot het kasteel worden op aanvraag verstrekt door voornoemde notarissen.

      Bij de gehouden verkoping op 5 juli 1937 werd het kasteel met park, Engelse tuin en oppasserwoning gekocht door de heer Wolters, directeur van de Hofnar sigarenfabrieken uit Valkenswaard.
      De dichtst bij het kasteel gelegen boerderij kocht Alb. v. Herk, nu boerderij "De Kempen".
      De grond van deze boerderij lag aan weerskanten van de kasteeltuin.
      De daarlangs staande boerderij kocht P. Hoogers uit Steensel.
      Corn. Bierings van de Meer kocht een complex grond waar later de boerderij van zijn dochter Hanneke en zijn schoonzoon Ant. v. Loon. (nu P. Daemen) gebouwd zou worden.
      De overige 40 ha. bouw- en weiland, bossen en heide werden door diverse mensen uit Duizel en Eersel gekocht voor bedrijfsvergroting. In totaal verkocht de Baron in Duizel en Eersel ruim 80 ha
      Op de Pan in Hapert, een boerderij, ontginningsgronden. bossen, enz. groot 45 ha. terwijl hij enkele jaren eerder in 1932 de Cartierheide groot 168 ha. aan Natuurmonumenten had geschonken. Samen dus 293 ha. Wanneer vroeger de Baron op het kasteel was stonden er 's Zondags in de kerk voor de banken vier stoelen met rode pluche bekleed, speciaal voor hem. Later toen de Baron hier alles verkocht had hebben deze "stoelen van den Baron" nog vele jaren dienst gedaan bij een huwelijks inzegening voor het bruidspaar. Zo viel in Duizel in 1937 het gordijn over het tijdperk: “De Baron".

      Wat gebeurde er daarna met het kasteel?
      De fam. Wolters die nu eigenaar van het kasteel werd, gebruikte het ook niet voor permanente bewoning. Alleen tijdens de vakanties was het bewoond. De oppasser v.d. Baron, Harry de Vos is tot eind 1944 in dienst gebleven voor bewaking en onderhoud.
      Een paar jaar na 1937 heeft de heer Wolters, de boerderij van Alb. v. Herk er alsnog bijgekocht, omdat ze aan weerszijden van de kasteeltuin lag. Volgens de gevelsteen is op 18- 4-1942 de bouwvallige oude boerderij vervangen door de voor die tijd zeer moderne boerderij: "De Kempen". Alb. v. Herk bleef de huurder. Behoudens een korte onderbreking is deze boerderij steeds door dezelfde families bewoond geweest.
      In de oorlogsjaren was het kasteel dikwijls bewoond door aldaar gelegerde Duitse militairen.

      Met een zware storm in nov. 1941. (waarbij in Eerselsel de windmolen en een stroloods afbrandden) sneuvelden er langs de Prov. weg bij de kasteeltuin veel van de 80 jaar oude sparren. De totaal versperde weg werd door de Duitse militairen met hun paarden weer vrijgemaakt.
      In de latere oorlogsjaren was het kasteel bewoond door een Eindhovense familie, die daar om gezondheidsredenen met een verpleegster verbleef. Met de bevrijding in sept. 1944 was het kasteel inmiddels weer leeg en waren er geruime tijd Engelse soldaten ingekwartierd. Later is het ook nog een aantal jaren bewoond geweest door twee gezinnen De Graaf, die in Hapert een sigarenfabriek hadden.
      Ook in de vijftiger jaren was het kasteel maar zelden bewoond.
      Inmiddels was het ook in eigendom overgegaan aan de fam. v.d. Lande-Wolters, respectievelijk schoonzoon en dochter van de heer Wolters.
      Voor de reconstructie van de Prov. weg die in 1961 werd uitgevoerd, kocht de Provincie de langs het kasteel staande oppasserwoning en een strook grond van de kasteeltuin aan, dat nodig was voor de verbreding van de Prov. weg. Hoewel het erg dicht langs het fietspad gelegen, is de oppasserwoning blijven staan. Het aanzien van het park zelf, ondervond er niet zoveel schade door.
      Aan de prov. weg, recht tegenover De Dreef kwam een nieuwe ingang van "Duysels Hof", zoals het park nu heet. Deze naam heeft geen historische achtergrond, maar is wel toepasselijk voor het geheel.
      Het was ook in die jaren dat de heer v.d. Lande achter in de kasteeltuin een mooi landhuis bouwde en er ging wonen, want voor de zoveelste keer was weer eens gebleken, dat het kasteel voor permanente bewoning niet geschikt was.
      In 1965 werd het steeds leeg en doelloos erbij staande kasteel afgebroken. Goed 100 jaar had het er gestaan!
      Veel mensen vonden het jammer. dat het verdwenen is!
      Dat was het ook! Maar zo'n gebouw wat totaal geen functie en ook geen bestemming heeft te handhaven, is ook geen kleinigheid! Had er dan ook geen bestemming voor gevonden kunnen worden?
      Nog maar kort daarvoor, in 1956-1957 was in Eersel een nieuw gemeentehuis gebouwd. De Maria-kapel op de markt, die al ruim drie eeuwen als zodanig dienst had gedaan, was voor dat doel te klein geworden.
      Zo'n kasteel voor gemeentehuis bestemmen, was een van de mogelijkheden geweest. Plaats voor een eventuele uitbreiding was in het achterliggende park ruimschoots aanwezig geweest. Iets dergelijks is wel op meerdere plaatsen gebeurd. Ik denk aan St. Oedenrode en Helmond Maar het kasteel stond niet in Eersel, doch in Duizel. Vandaar!
      Ook voor de aanleg van de E3 weg in 1970 moest de kasteeltuin de nodige tol betalen. Wat de grond van de boerderij betrof viel het wel mee, omdat het wegtracé er voor het grootste deel langs liep. Met de Engelse tuin was het erger. Deze werd bijna diagonaal doorsneden. Aan de Eerselse kant bleef er nagenoeg niets van over. Met zijn 80 m. brede bedding voor deze weg had Rijkswaterstaat in totaal 1,60 ha. van dit park nodig.

      Een oude gezegde luidt: "Er zijn mensen. die niets kunnen laten liggen als heet ijzer en molenstenen". Iets dergelijks heeft de heer v.d. Lande eens ondervonden, toen hij op een morgen de "Blauwe Poort" gedeeltelijk gedemonteerd vond. Blijkbaar waren de dieven in hun werkzaamheden gestoord en met achterlating van het al gesloopte gedeelte, op de vlucht geslagen. Ze is sindsdien niet meer opgebouwd. De exacte datum van dit gebeuren heb ik, ondanks veel naspeuren niet kunnen achterhalen. Wel staat vast dat het op Hemelvaartsdag, in het midden van de jaren zeventig gebeurd zou zijn.
      Ik besluit dit artikel met een meer positief bericht.
      In 1971 werd het in 1912 ter ziele gegane Gilde van St. Jan Baptist in Duizel weer nieuw leven ingeblazen en heropgericht.
      Bij die gelegenheid werden de heer en mevrouw v.d. Lande beschermheer en beschermvrouwe van het Gilde. In deze functie nodigen zij de leden van het Gilde om de 3-4 jaar uit voor een tuinfeest in de kasteeltuin.
      Met"slaande trom en vliegend vaandel", zoals dat in Gildetermen heet, trekt dan het Gilde in vol ornaat, via De Blauwe Poort en De Dreef naar de woning van de beschermheer en beschermvrouwe.
      Na een vendelhulde worden door de Gildeleden en, de familie met hun genodigden diverse vogels van de schutsboom naar beneden geschoten.
      Ook het benodigde eten en drinken ontbreekt niet. Zeer veel leden maken van deze gelegenheid gebruik om dit kleurrijk en gezellig festijn bij te wonen en het mooie park te bezichtigen.
      Mogelijk wordt hiermee een mooie traditie hersteld, want volgens de oude geschiedenis gaf indertijd v.d. Schrieck ook dit soort feesten.

      H. Wintermans.