Archief portal



Historie Kapel/raadhuis



Vindplaats informatie    |    Media    |    Aantekeningen    |    Alles

  • Naam Historie Kapel/raadhuis 
    Adres Markt 1 Eersel
    Eersel, Noord Brabant 5521 AJ
    Nederland
    http://www.hskdeachtzaligheden.nl/?post_type=monument&p=1726 
    Vindplaats-ID KAPEL 

  • Foto's
    Kapel / Raadhuis
    Kapel / Raadhuis
    Luchtfoto oud nog zonder herkenbare wegen .

    Albums
    Eersel Kapel/raadhuis
    Eersel Kapel/raadhuis (37)
  •  Aantekeningen 
    • Al in de Middeleeuwen moet er in de Straat te Eersel of zoals men zei “Aan de Plaetse” een Mariakapel gestaan hebben. Waarschijnlijk is de hertog van Brabant de opdrachtgever van het gebouw dat in 1464 kapel wordt. Het dateert uit de 13de eeuw of (waarschijnlijker) uit het begin van de 14de eeuw. Zeker vanaf 1254 maakt de hertog Eersel tot regionaal centrum binnen de Meierij en daarbij laat hij altijd een brede straat en een kerk of kapel buiten de oude kern aanleggen. De hertog bezit in Eersel ook een hofstede met grond, die hij in 1314 met markttol in leen geeft aan Marcelis van Oerle. Diens afstammeling, de edelman Hendrik Haengreffs (overleden in 1461) heeft de grond die bij de hertoghofstede “ Het HOF” behoort, ook in leen. Hij wil het als kapel bedoelde bouwwerk officieel tot kapel verheffen en stelt daarvoor in zijn testament de jaarlijkse opbrengst van 4 mud rogge beschikbaar. Een bisschop geeft alleen toestemming als er een priester met een vast inkomen is. Daarom stelt de edelman Hendrik van Eyck van het “Hooghuis” uit Duizel ook een jaarlijkse rente van 12 mud rogge beschikbaar waarvan een rector wekelijks drie missen kan doen en vraagt toestemming aan de bisschop van Luik waartoe Eersel behoort.
      Op 2 augustus 1464 verklaart Ludovicus van Bourbon, gekozen bisschop van Luik, de kapel toegewijd aan de H. Maagd en Moeder Gods Maria, de H. Catharina, de H. Antonius Abt en de H. Nicolaas. Er wordt bedongen dat de kapel niet ten nadele van de parochiekerk mag strekken. De rector (een wereldgeestelijke) moet in Eersel of Duizel resideren en in noodzakelijke gevallen de pastoor van Eersel assisteren. Er mogen alleen op zondag missen gehouden worden indien het dan een naamdag is van een van de patroonheiligen van de kapel. Na elke mis moet het slot er op zodat de ruimte niet voor handelsdoeleinden kan worden gebruikt of als onderkomen voor varkens en honden. De kapel met altaar verkrijgt een eeuwigdurend beneficie d.w.z een kerkelijk ambt met inkomsten. De eerste rector is Giselbert van Eyck, een zoon van Hendrik van Eyck. Alle offergaven in de kapel zijn voor de pastoor.
      In 1464 is de kapel een zaalkerkje zonder zijbeuken, met steunberen, een kleine driezijdige uitbouw aan de oostkant met bovenin ramen, een deur in de zuidgevel en binnen een houten tongewelf op versierde, eikenhouten balken. Met wat fantasie kan men ook spreken van een omgekeerde scheepsromp. Op de oudste tekening van de kapel (Hendrik Verhees 1788) is er ook een houten spits torentje op het dak, een schoorsteen en in het oostelijk deel van de zuidgevel twee ramen voor de werkplek van de secretaris of diens klerk.

      Tijdens de Tachtigjarige Oorlog is er in 1581 de eerste plundering van Eersel door Spaanse troepen. Kort daarna komt de helft van de bevolking om door de pest, zodat er rond 1590 nog maar 500 mensen ouder dan 12 jaar wonen. In die tijd is er waarschijnlijk geen rector en dus geen wekelijkse missen. Wel laat de oud-kanunnik Arnoldus van Esch in 1604 een lofboek samenstellen (ligt in het Catharijne Convent te Utrecht). Aanvang 17de eeuw wordt door secretaris Otterdijck de opbrengst van een wei beschikbaar gesteld voor de beloning van koorzangers in de kapel. Al die jaren is de kapel een bedehuis van Maria en de drie andere patroonheiligen.
      Na de verovering van ’s-Hertogenbosch door Frederik Hendrik (1629) wordt de Meierij oorlogsterrein. Eersel wordt 3-maal geplunderd. Schepenen en andere bestuurders zullen de veiligheid van de kapel opgezocht hebben. Na de vrede van Munster (1648) wordt de openbare uitoefening van de katholieke eredienst verboden.
      De kapel krijgt de functie van raadhuis en er gaat een raad functioneren.
      In 1662 wordt een dorpsreglement goedgekeurd met o.a. de bepaling, dat archief en de secretaris of diens klerk in de kapel dienen te functioneren. In 1765 blijkt niemand de reglementen meer te kennen en moet er op last van de Raad van State een onderzoek ingesteld worden naar de financiële toestand van de gemeente, waarbij de secretaris wordt beschuldigd van meineed, machtsmisbruik en zelfverrijking. Deze Gijsbert van Beverwijk sterft echter in den Haag voordat hij aan de galg komt. Er wordt in 1767 een nieuw reglement opgesteld. In de 18de en 19de eeuw wordt het gebouw een tijdlang ook gebruikt als gevangenis en berging van een brandspuit. Na 1795 komen er veranderingen in het bestuur zoals de instelling van de zelfstandige gemeente Duizel/Steensel (1810-1923).

      De kapel is rijksmonument. In 1917 wil het gemeentebestuur het raadhuis afbreken (in de volksmond kapel genaamd) om ter plaatse een nieuw gemeentehuis te bouwen. De Rijksdienst voor Monumenten haalt dan alles uit de kast om dit te voorkomen en 1919 wordt de kapel gerestaureerd en verfraaid tot een echt raadhuisje. Er wordt binnen een verdiepingsvloer aangelegd met een trap naar kamers voor burgemeester en secretaris. Boven worden in de zijgevels enkele “kerkramen” aangebracht (waren er eerder nooit) en lager in de zijgevels worden grote ramen geplaatst met onderdelen van witte zandsteen die nu nog te zien zijn. De deuren in de zijgevels verdwijnen en in de westgevel wordt de nieuwe ingang gemaakt. In 1944 wordt er door de ondergrondse een overval op de administratie van het raadhuisje gepleegd.
      In de volgende periode wordt de taak van het gemeentebestuur uitgebreider wat blijkt uit de groei van het aantal ambtenaren. Door plaatsgebrek gaat het personeel bij een huwelijkssluiting naar het café tegenover het raadhuis en vat er dan enen op de “goei” afloop. Een nieuw gemeentehuis wordt in 1956 gebouwd (Markt 28).
      In 1957 wordt de kapel terug geschonken aan de geestelijke overheid in de persoon van pastoor Aelen. Er volgt een verbouwing: schotten en een groot deel van de verdiepingsvloer wordt gesloopt; de grote ramen in de zijgevels worden met een lichtere kleur steen dicht gemetseld en er wordt een altaar geplaatst. Het is een restauratie van functie niet van een volledig herstel naar de oorspronkelijke architecturale situatie.
      De kapel is geheel in baksteen opgetrokken met enkele details van natuursteen. Kenmerkend voor de gotische bouwstijl zijn het steile dak (plm 55 º), de steunberen en de spitsbogen boven de ingang en ramen (van na de restauratie van 1957), de driezijdige koorafsluiting op het rechthoekige geheel, de spitse klokkentoren, de druiplijsten en de plint. Wel gebruikelijk, niet kenmerkend, zijn de boerenvlechtingen in de gevel en de muizentand- fries onder de dakvoet. Op 26 mei 1958 wordt de kapel door Mgr. Mutsaerts, bisschop van ’s-Hertogenbosch ingewijd. Met de kroning van een antiek barok Mariabeeld wordt de kapel weer toegewijd aan Maria en verkrijgt de naam “Onze Lieve Vrouw van de Kempen”.
      Het ingewijde beeld sierde eens de woning van een Begijntje te Lier in België. In 1964 wordt dit beeld helaas gestolen maar gelukkig in hetzelfde jaar weer gevonden. In 1975 zullen onverlaten het beeld definitief stelen. De broer van de toenmalige pastoor Boelaars, broeder Harrie, vervaardigt een kopie van het barokke beeld uit Lier en dat wordt in 1977 geplaatst.
      In 1982 blijkt de dakconstructie aan een grondige restauratie toe te zijn en door een actie onder de Eerselse bevolking aangevuld met subsidies van gemeente en Prins Bernhardfonds worden de benodigde gelden bijeen gebracht. Juist voor aanvang van de restauratie komt de kapel in de landelijke belangstelling. Het in die tijd zeer populaire tv-programma van de NCRV “Kerkepad” brengt een item over de kapel uit en we kunnen in september 1983 veel bezoekers ontvangen. In oktober daaraan volgend begint dan de restauratie en wordt tevens de koorzolder verruimd, waardoor meer zangers hun plaats kunnen vinden. Om de muren tot een meter boven maaiveld beter droog te houden wordt besloten een zogenaamde schampgoot aan te brengen tegen opspattend hemelwater. Deze concessie aan de oorspronkelijke constructie heeft een beschermende functie en dat is verantwoord. In de loop der jaren zijn een koperen kroonluchter en de wandarmaturen geschonken door Rotary Club “De Kempen” en de extra grote kroonluchter en het elektronisch kerkorgel worden geschonken door de Vrienden van de Mariakapel. In de jaren negentig blijken de dakleien aan vervanging toe te zijn. Een lei-bedekking gaat zo’n 150 jaar mee en als we dan in 1999 het dak opnieuw met leien bedekken hebben we daar voorlopig geen problemen meer. Tenslotte worden in het voorjaar van 2000 alle voegen van het gebouw vernieuwd en krijgt het gebouw de uitstraling die het ook nu nog heeft.