Archief portal



Historie klooster



Vindplaats informatie    |    Media    |    Aantekeningen    |    Alles

  • Naam Historie klooster 
    Vindplaats-ID KLOOSTER EERSEL 

  • Foto's
    St. Jacobusgesticht Eersel
    St. Jacobusgesticht Eersel
    Vooraanzicht van het klooster omstreeks 1925.

    Albums
    Eersel St. Jacobusgesticht
    Eersel St. Jacobusgesticht (26)
    Het klooster in Eersel
  •  Aantekeningen 
    • Het klooster van Eersel

      Bij onderhandse koopakte ten overstaan van notaris de Wit te Veldhoven kwam het R.K. Kerkbestuur St. Willibrordus te Eersel in het bezit van 6.03.21 ha. bouw en weiland. Dit was het voormalig eigendom van P.J. de Kort, burgemeester van Eersel, en bij testament vermaakt aan zijn erfgenaam,
      kapelaan Jos van Eijl, (eerste Rector ).


      Op Zondag 10 februari 1901, deelde Henricus Schoenmakers, Pastoor van Eersel, zijn Parochianen mede, dat zijn plan was een liefdegesticht in zijn parochie op te richten. Aan dit huis zouden scholen verbonden worden voor het onderwijs voor de jeugd en een gasthuis voor ouden van dagen.
      De zusters van Schijndel zouden het gesticht betrekken. Hij zocht steun bij zijn parochianen om zijn plan te verwezenlijken.
      Daags daarna kwam de overste van Schijndel, moeder Ignatia met raadszusters en architect Heikants uit Erp om het terrein, bestemd voor het liefdegesticht,
      te bezichtigen.
      Na gepleegd overleg kreeg architect Heikants opdracht bestek en tekening te maken.

      De totale koopsom bedroeg fl. 3000,00

      Op deze plaats stond in de tijden der vervolging de schuurkerk van Eersel. Zij werd omstreeks 1672 gebouwd en in 1729 herbouwd.
      Catharina van Engelen, de moeder van burgemeester de Kort, had daar nog de eerste H. Communie gedaan. Een gedeelte van de oude schansmuur is door kapelaan van Eijl nog afgebroken en voor afbraak aan Willem van Breugel verkocht. Deze muur begon met een poortje aan de looierij en reikte tot goed half weg het rectoraat.

      Het bouwplan ontving de bisschoppelijke goedkeuring, waarop de aanbesteding volgde 13 augustus 1901.
      Architect: Heikants te Erp.
      Aannemer van Eyndhoven uit Tilburg.

      Op 2 september 1901 ging de eerste spade in de grond gezet.

      Begin oktober werd met het metselen van de kelders en het maken van putten en funderingen begonnen.
      Na de oplevering hiervan werkte men nog door aan de optrekking van de stalling om deze gedurende de winter te benutten als timmerwinkel. Hier hebben 4 timmerlieden, o.l.v. H. van der Heijden uit Bergeijk, de hele winter gewerkt aan deur- en raamkozijnen, enz.
      Door invallende vorst bemoeilijkt kwam de stelling ongeveer half december gereed. Het verdere werk wordt na de winter hervat, omdat men met kalk metselde. Dan waren de funderingen goed verhard en kalkspecie kan geen vorst verdragen.
      Nadat het meeste materiaal, metselstenen van de Heibloem en Waalstenen van Burgers, hardsteen van Barette uit Tilburg, kalk uit Luik enz. aangevoerd was, werd op 17 maart daags na Passiezondag zachtjesaan weer begonnen, zodat op 2 april 1902 de eerste steen door Pastoor Schoenmakers werd gelegd.

      Aanwezig bij deze gebeurtenis waren o.a. kapelaan van Eijl, architect Heijkants, aannemer Remmerswaal, leden van het kerkbestuur, Jan van Moll en Willem Cox. Leden van den Raad: Luijten, Knapen en H. Kwinten, hoofd der school, hulponderwijzers, werklieden en vele belangstellenden. Om 10 uur verscheen het rijtuig van Frans van Spaandonk, pastoor Schoenmakers, P. van Zijl, professor van seminarie “Beekvliet”. Op de steen staat 19 maart i.p.v. 2 april.


      Op 5 november 1902 komen de Zusters van Schijndel om het nieuwe “gesticht” te betrekken. Door ziekte van de pastoor moesten kapelaan van Eijl en Pater Franciscaan Guidus uit Weert de honneurs waarnemen, namens de raad en de ingezetenen nam Burgemeester J.Th.v.d.Boom de honneurs waar.
      Deze stonden vroegtijdig aan de Tramhalte (P. Cools - Schellens), samen met het Comité van ontvangst, fanfare “De Goede Hoop”, handboogscchutterij, onderwijzers met de schoolkinderen, bruidjes en een groot deel van de Eerselse bevolking.De Zusters arriveerden met de tram van 4.30 uur.

      De algemeen overste M. Ignatia, werd vergezeld door de zusters:

      1. Maria Gertrudis (Catharina. Van Kessel uit Kerkdriel) Overste
      2. Ma. Petruccia (Henrica van Lith uit Rosmalen) Assistente
      3. Ma. Luciana (Johanna Donkers uit Heeswijk)
      4. Ma. Cornelis (Catharina Swanenberg uit Nuland)
      5. Ma. Josepha (A.M.J. Vorstenbosch uit Beek en Donk)
      6. Ma. Elisa (Francisca Raymakers uit Helmond ’t Hout)

      Hun verrassing was al even groot; want ook zij hadden op geen openbare ontvangst en feestelijkheid gerekend.
      Nu nam kapelaan Jos van Eijl het woord, en overhandigde namens de pastoor de sleutels van het huis aan M. Overste Gertrudis.

      Kapelaan Jos van Eijl werd benoemd tot eerste Rector van het nieuw opgerichte gesticht te Eersel, met ingang van 7 november 1902.
      Op 9 november 1902, werd de kapel officieel ingezegend door de rector.

      Op 30 november 1902 werd in de kapel het nieuwe tabernakel ingezegend.
      Op dezelfde dag overleed Pastoor Schoenmakers.
      Hij had graag het liefdesgesticht zelf ingezegend, maar wegens zijn gezondheid was hij daartoe niet meer in staat.
      Zijn grafsteen ligt aan de Noordzijde van de kerk voor het kruisbeeld.

      Op 1 december 1902 werd de bewaarschool, de breischool en de naaischool geopend. In Januari 1903 telde de bewaarschool 32 kinderen namelijk:

      Koba Heeren Marietje vd Boom Jan Prinsen
      Drika Elsen Liesje Luijten Peer Hoeks
      Marietje van Sambeek Marietje Jansen Cornelis de Krom
      Mina van Woerkom Corrie Bijnen Jacques van Sambeek
      Nellek v.d. Heijden Tonia Rijcken Willem Moonen
      Mina v.d.Zanden Mietje Wouters Henri van Moll
      Joke Verspaandonk Dora Korstens Jan Goudsmits
      Anna Bloks Nelleke van Kuyk Joseph Jansen
      Marietje Jansen Henri Verschuuren Piet Verschuuren
      Drieka Bierens Henri Kwinten Arnold van Buul
      Jan van Moll Gerrit van Diessen

      Op 20 februari 1903 werd het gasthuis geopend.
      De eerste verpleegster was Maria Noyen, weduwe van Joannes van Laarhoven.

      Op 21 september 1903 wordt de taalschool geopend.
      Het eerste hoofd van de school was Zuster Gaudentia. (Joanna Maria Aarts geb. te Bergeyk)

      De opvolger van Pastoor Schoenmakers, Pastoor Goossens, heeft op 19 maart 1903 (feestdag St.Jozef) het gesticht ingezegend, in aanwezigheid van o.a. Rector van Eijl, A. van Uytregt en de zusters en kinderen van de bewaarschool.

      Omdat er weinig ouden van dagen verpleegd werden, konden de kamers benut worden om tuberculeuze patiënten op te nemen,voor wie in die dagen nog zeer weinig gelegenheid ter verpleging was. Zo ontstond het sanatorium.
      De streek was zeer geschikt voor tuberculeuze patiënten maar de bouw en inrichting van het huis voldeden niet aan de eisen.

      Toen in 1903 van uit ’s Hertogenbosch een aanvraag kwam tot plaatsing van zwakke kinderen, ontstond hieruit de latere gezondheidskolonie.
      In het jaar 1906 kwamen een tiental, in 1907 een zestiental en in 1908 een vijftiental patiënten.
      Maar ook werden op verzoek van Dr. Van Moorsel te ’s Hertogenbosch zwakke kinderen opgenomen in de vakantiekolonie.
      Op 11 oktober 1908 kwam de 100e nieuwe bewoner van het St. Jacobusgesticht, Willem Jansen uit Udenhout, tuberculose patiëntje.
      Op 22 December 1908 kwam de laatste patiënt van dat jaar binnen n.l. de 102e
      Ferdinand v.d. Ven uit Udenhout 29 jaar oud.
      In het jaar 1909 begonnen de uitzendingen voor de kolonie reeds op 1 Juni.

      Bouw. R.K. Gezondheidskolonie.
      De uitzending van zwakke normale kinderen gebeurde al sinds 1908.
      In 1912 werd Leo Weijers benoemd tot rector van het St. Jacobusgesticht. Hij ijverde vooral voor de belangen van het zwakke kind. Er was n.l . in deze tijd een enorme behoefte aan het uitzenden van zwakke kinderen naar een gezondheidskolonie. Mede door zijn toedoen ging de congregatie in 1926 over tot het bouwen van een koloniehuis, naast het bestaande St. Jacobusgesticht. De aanvragen voor de uitzendingen kwamen nu uit het gehele land en al gauw was het nieuwe gebouw te klein.
      In 1932 werd de speelzaal (zonder toneel) bijgebouwd en ook in die tijd ging men over tot de bouw van een ziekenhuisje (het tegenwoordige hofke). Voor die tijd was dat zeer modern.
      Er waren 10 kamers voorzien, voorzien van dubbele ramen en in elke kamer een toilet en wastafel. Zieke kinderen werden tijdens hun verblijf in Eersel hier verpleegd.
      In 1912 werd ook begonnen met de eerste cursus voor kinderverzorging. Deze werd in het koloniehuis gegeven. Het was een 2-jarige opleiding. Het eerste jaar theorie, het tweede jaar praktijk. De lessen werden gegeven elke week van vrijdagmiddag tot zondagmiddag. Er namen zes zusters en 22 leken aan deel. Een van de organisatoren van deze cursus was rector L. Weijers, die erg voortvarend was en die inzicht had in het koloniewezen van die tijd. Later is deze cursus overgenomen door de huishoudscholen, het was toen de z.g. Centrale Raad opleiding, nu is dat de Kinder Verzorging, Jeugd Verzorging Opleiding.
      Vanaf 1908 – 1926 werden tijdens de vakanties kleine groepen kinderen uitgezonden, vanaf 1926 (bouw van de gezondheidskolonie) vonden de uitzendingen continu plaats. Een gezondheidskolonie was een huis voor lichamelijk zwakke normale kinderen, die op indicatie van de schoolarts van hun woonplaats voor 6 weken werden uitgezonden. De uitzending geschiedde via huisvestings-comités, groene kruis, witgele kruis e.a. van de plaats van herkomst.
      De meest voorkomende indicaties waren: slechte voedingstoestand, slecht sociale omstandigheden, neurasthenie, enuresis-nocturna e.a.
      In de jaren tussen 1926-1939 was de gezondheidskolonie enorm druk bezet. Tijdens de vakantieperiodes moesten zelfs noodlokalen worden ingericht om de kinderen te kunnen huisvesten, in de drukke tijden kwamen er zusters uit Schijndel om te helpen.

      Intussen was het voor het gesticht een kritieke tijd geweest. Rector van Zijl, die als enig en algemeen erfgenaam alle bezittingen van de familie de Kort naar plicht had beheerd, werd door de Pastoor gedwongen de administratie van roerend en onroerend goed van het St. Jacobusgesticht af te staan.
      Dat was een zwarte dag voor de Rector.
      De Pastoor deed bovendien pogingen om van het Fonds de Kort een bijzondere jongensschool te stichten, maar overeenkomstig de wens van de erflatersfamilie de Kort, besliste het Bisdom, dat dit niet kon worden toegestaan.

      De bouw van de kapel werd onderhands gegund aan Eerselse vaklieden, Jan Kwinten timmerman, Willem Sweegers met Geert van de Ven en van Aalst (de Voort) als metselaars.
      Het was “boven hunne bekwaamheid”.

      De prachtige Kapel, ontworpen door den heer A. van Gestel, architect te Eindhoven, is zeer ruim en luchtig en is versierd met een nieuw prachtig altaar en banken uit het atelier van den heer J. Kusters te Stratum. Bezijden van het altaar zijn aangebracht sierlijke Gods- en andere lampen gedragen door geornamenteerde armen en gekomen evenals dit fijn afgewerkte tabernakeldeur uit het beroemde atelier van den heer H. v. Gardingen te Eindhoven.
      Op 18 maart 1912 werd Rector J. van Zijl pastoor te Nederwetten.
      Op 21 Juni 1912 werd Leo H.F. Weijers als Rector geïnstalleerd. Het sanatorium had zich, wat aantal patiënten betrof, voortdurend uitgebreid. Er waren twee afdelingen één voor mannen en één voor vrouwen.

      In 1914 brak de eerste wereldoorlog uit.
      De kinderen, die op de vakantiekolonie waren mochten direct naar hun ouders vertrekken. Ook de meeste patiënten gingen naar huis. Alles was juist op tijd geregeld, want het was spoedig algehele mobilisatie.
      In Eersel kwam de “Landweer” onder de wapenen. Spoedig kwamen er Nederlandsche troepen, om de grensstreek te bezetten.

      1940 -1945

      Op 10 Mei 1940 vielen de Duitsers ons land binnen.. Honderden vliegmachines passeerden in de nacht de grens, parachutisten daalden op het vliegveld te Eindhoven en op zoveel andere plaatsen neer.
      Drie dagen later liepen ’s morgens om half 6 twee Duitse soldaten langs onze school, maar vonden ze gesloten. Ze belden aan de voordeur van het klooster en verlangden, dat de lokalen onmiddellijk zouden ontruimd worden. Deze werden door de Duitsers bezet. Die zelfde dag werd ook het koloniehuis gevorderd. En ingenomen door 120 militairen, waarvoor de zusters te zorgen hadden.
      Ook in de jaren 1939-1943 waren de uitzendingen druk bezet.
      In 1944-1945 waren er echter buiten alle vluchtelingen die toen onderdak kregen ook nog ± 60 kinderen uit Den Haag en Nijmegen in het koloniehuis. Deze zijn er ± 8 maanden geweest, omdat ze niet naar huis konden.

      In 1938 begon de Jodenvervolging in Duitsland.
      Velen van de vluchtelingen die uitweken naar ons land, waren rijke Israëlieten. Hun kinderen werden voor een gedeelte opgenomen in ons gesticht.
      ’t Waren meestal kinderen uit gemengde huwelijken, van sommigen waren beide ouders joods.

      De eerste Joodse kinderen kwamen in april 1939.
      Op het eind van dat jaar was hun aantal gegroeid tot 53 kinderen.
      Onder hen bevonden zich o.a. George en Ursula Levi.
      Op 4 April 1943 zijn de kinderen Levi, naar het kamp in Vught overgebracht, en daarna naar Westerbork.
      Via vele omzwervingen zijn ze uiteindekijk door de Russen
      bevrijd.
      George en Ursula kwamen in juni 1945 weer naar het St. Jacobusgesticht, waar ze beiden met vreugde werden ontvangen. Ze wachten nu hier de tijd af, dat ze naar hun oom en tante in Amerika zouden kunnen vertrekken.

      Seminarie Beekvliet.

      In het voorjaar van 1942 werd het klein Seminarie “Beekvliet” te St. Michielsgestel door de Duitse weermacht gevorderd.
      Pastoor Aelen , Rector Weyers en Moeder overste Reinildis, stelden een gedeelte van koloniehuis en het parochiehuis ter beschikking aan het seminarie.
      Op 11 mei 1942 werden de eerste professoren en studenten ontvangen.
      1 Augustus 1945 werd afscheid genomen van het Seminarie ‘Beekvliet” in het St. Jacobusgesticht te Eersel”.

      In totaal heeft het ’t St. Jacobusgesticht gedurende de oorlogsmaanden van eind 1944 en begin 1945 ongeveer 500 evacuees geherbergd.

      Het einde van de oorlog kwam voor het zuiden van Nederland in september 1944. Eindhoven werd op 19 september bevrijd.
      Na het bombardement door de Duitsers, op dezelfde dag, verlieten veel mensen uit angst de stad, om elders huisvesting te zoeken. Ook het St. Jacobusgesticht werd voor velen een toevluchtsoord.

      Ook onze eigen Zusters van het St. Barbaragesticht te Wijbosch, moesten evacueren en op 29 oktober kwamen 30 zusters in Eersel aan.
      Ze waren van harte welkom en hoopten en bij ons tot rust te komen.

      Na de oorlog bleef het klooster een toevluchtsoord voor vluchtelingen, t.b.c.-patiënten, koloniekinderen, militairen, weeskinderen vele anderen die onderdak zochten.

      Voor het vele werk in de oorlog kreeg Moeder Overste, Zr. Reinildis
      een oorkonde van het Britse Militaire gezag.
      Na 1950 werden de aanvragen voor uitzendingen duidelijk minder.
      De congregatie begon zich af te vragen voor welke nood op het gebied van kinderen ze het Eersels huis zouden kunnen openstellen.
      Op het advies van de latere Mgr. Bekkers werd besloten zwakzinnigen op te gaan nemen. In die jaren waren er veel zwakzinnige kinderen thuis, vooral voor jong zwakzinnigen waren er in die tijd zeer weinig mogelijkheden.
      Zo vertrok op 25 september 1956 de laatste groep koloniekinderen. Hiermede werd een tijdperk afgesloten, maar een rustpauze werd er amper genomen, want vier dagen later kwam ondanks een verbouwing de eerste pupil binnen.

      De gezondheidskolonie werd in sept. 1956 gewijzigd in twee totaal gescheiden afdelingen, die elk een nieuwe naam kregen.

      Huize St. Jozef. Internaat voor zwakzinnige jongens, beneden twaalf jaar en Huize de Kindervriend bestemd voor hoogstens 60 jongens en meisjes die de B.O. school bezoeken, telkens voor een tijdsduur van 6 weken.

      Bij de Kindervriend werd gewerkt met zes groepjes van 10 kinderen. Wanneer de groepen uit dieper gestoorde kinderen bestonden dan kwamen de leerkrachten van de scholen mee, omdat een vertrouwd persoon in de nieuwe omgeving voor de kinderen belangrijk was. Deze afdeling was mooi en leverde goed werk. Van het begin af aan werd het echter als een nadeel ervaren om met twee verschillende afdelingen in een huis te zijn ondergebracht.
      Sint Jozef, het internaat voor jongens tot 12 jaar, werd zoals al is gezegd in hetzelfde gebouw ondergebracht.

      Op 30 september 1956 komt de eerste pupil voor St. Jozef binnen n.l. Corry Clement uit Breda.

      Omdat de mogelijkheden tot nieuwbouw nog niet te overzien waren en mede doordat twee gescheiden afdelingen in één huis erg moeilijk werken was, werd door de congregatie besloten Huize de Kindervriend op te heffen, dit tot spijt van de B.O. bond.
      In september 1959 werd officieel afscheid genomen van de Kindervriend.
      Het overige personeel kwam bij St. Jozef in dienst.
      .
      Zo werd er in september 1959 gestart met de Z-opleiding. Al het aanwezige personeel met Zr. Ma. Jacoba inbegrepen ging de cursus volgen. Dit om erkend te worden als inrichting voor het verplegen van zwakzinnige kinderen.

      Men begon op het einde van 1961 met de bouw van Maranatha.

      Daar de congregatie bezig was met nieuwbouw plannen en het toen nog niet duidelijk was of de gebouwen in de toekomst nog moesten functioneren, waren er voor de aanpassing en inrichting geen kosten meer gemaakt.



      In 1965 bij een controle van de inspectie van de volksgezondheid kregen we het advies om enkele ziekenboxen te bouwen, omdat bij een mogelijke infectie de kinderen niet afgezonderd konden worden.
      Deze ziekenboxen zijn niet zo intensief in gebruik geweest, daar er toen minder zieken waren, als aanvankelijk werd gedacht.

      In het jaarboek van de Katholieke Vereniging van Inrichtingen voor behandeling en verpleging van geestelijk gestoorden kwamen de volgende gegevens voor:

      1965 op 31 december 1964 179 bedden
      Aantal verplegenden 54

      1966 op 31 december 1965 185 bedden
      Aantal verplegenden 58

      1967 op 31 december 1966 186 bedden
      Aantal verplegenden 69

      Staf en directie bestonden in die jaren uit 2 fulltime mensen namelijk de heer v.d. Bosch en Zr. Heriberta. De rest van de mensen was parttime en de arts (huisarts) was Dr. Corstens uit Hapert en tevens consulent.





      Wat de bouw in Duizel betreft wil ik nog even aanhalen dat:

      1967 Het 1ste paviljoen klaar kwam, waar 6 diepgestoorde groepen in kwamen
      van elk 12 kinderen per groep

      1968 Kwam het 2de paviljoen klaar met de school. Hier werden 6 groepen
      schoolkinderen in ondergebracht..

      1971 In januari 1971 kwam de flat klaar, met keuken en aula.
      In januari 1971 vertrokken alle verzorgsters en een groepje zusters van Eersel naar Duizel. Mentor en mentrix waren in 1970 al benoemd.
      1 Oktober 1971 wordt drs. F. v. Gorp algemeen directeur van St. Jozef.

      In de 80-tiger jaren werd het klooster afgebroken ten faveure van een nieuw gemeentehuis.
      Onder de bevolking van Eersel was veel weerstand tegen het bouwen van een nieuw gemeentehuis en het slopen van het klooster.
      Een bewogen en interessante geschiedenis werd afgesloten en de ontwikkeling en expansie van De Donksbergen kon zijn vervolg krijgen.
      Men bedenke hoe met relatief weinig middelen en veel inzet door de religieuzen van de congregatie van de Zusters van Schijndel zo’n imponerend gebouwencomplex werd gerealiseerd.


      We sluiten dit album af met een enkele foto's van de afbraak van het klooster.