Archief portal



Historie Sint Willibrorduskerk



Vindplaats informatie    |    Media    |    Aantekeningen    |    Alles

  • Naam Historie Sint Willibrorduskerk 
    Vindplaats-ID REPO4 

  • Albums
    Eersel Sint Willibrorduskerk
    Eersel Sint Willibrorduskerk (23)
  •  Aantekeningen 
    • Willibrorduskerk


      Ligging decentraal.
      De theorie van de heer Arjen Kakebeeke (heemkundige en archivaris) was dat de kerk centraal gebouwd werd tussen de toen bekende buurtschappen Hint, Stokkelen, Schadewijk en de Hees.

      Grootschalig onderzoek aan de zuidzijde van Eersel in het begin van de 21e eeuw, voor de realisatie van het plan Kerkebogten, heeft nieuwe informatie opgeleverd. In het opgegraven oppervlak van ruim 7 ha zijn enkele grafmonumenten uit de Midden Bronstijd, alsmede vijf huisplattegronden, tal van spiekers (voorraadschuur waar graan opgeslagen wordt) en waterkuilen tevoorschijn gekomen. Een tiental huizen dateert uit de Late IJzertijd en de Romeinse tijd en uit een aantal bijbehorende waterputten zijn bijzondere houten voorwerpen geborgen.
      Hiermee is Eersel een van de belangrijkste vindplaatsen uit deze periode op de Zuid-Nederlandse zandgronden
      Dit was ook de reden om daar in die tijd naast andere bebouwing een kerk te bouwen, dus op de plek waar nu onze kerk staat

      Oudste geschiedenis.
      Dit zou ook passen in de akte van schenking van Aengilbertus. (Zie bijlage 1.)
      Deze akte is een van de oudste geschreven documenten die we kennen over Eersel en gaat over de schenking van Aengilbertus , zoon van Gaobert, aan St. Willibrordus.

      St. Willibrordus vermaakt later(726) alles aan zijn abdij in Echternach; binding van Eersel met Echternach en zijn nevenvestigingen Averbode, Floreffe en Postel.

      Het past dan ook wel in de geschiedenis van die tijd, dat de bekeerde landedelen ook een kerkje lieten bouwen bij een van hun bezittingen.
      Omdat hout en leem in deze streken wel voorhanden waren, ligt het voor de hand, dat er eerst een houten kerkje gebouwd zal zijn, wat later vervangen is door een stenen gebouwtje.

      Geschiedenis na 1200.
      Bij het eerste stenen kerkje wordt aan het einde van de 14de eeuw (1381) een toren gebouwd met bakstenen en natuursteen.

      Daarna tegen deze toren eind 15de eeuw (1480) een nieuwe stenen kerk, zonder kruisarmen, waarvan nu ons middenschip nog over is. Oorspronkelijk ook ingang aan de zijkant, zoals te zien op de schetsen van Hendrik Verhees.

      De Beeldenstorm aan het begin van de tachtigjarige oorlog heeft geen schade berokkend aan de kerk; er waren in die oorlog wel plunderingen en brandschattingen in en rond Eersel.
      Bij Vrede van Munster in 1648 werden alle kerken protestants bezit (staatsgodsdienst) en moesten de katholieken uitwijken naar schuurkerken, eerst in Luyksgestel, later oogluikend in een schuurkerk aan de Dijk.

      De weinige protestanten hadden nu wel een grote kerk, die ze eigenlijk niet konden onderhouden en waar, tot overmaat van ramp in 1709 de vallende torenspits het dak van de kerk vernielt.

      In 1798 komt er (in de Franse tijd) een nieuwe staatsregeling, waarbij de kerken aan de grootste gebruikersgroep worden toegewezen. Dat was snel geregeld in Duizel met 4 protestanten op 259 katholieken en in Steensel met 3 protestanten op 297 katholieken.
      In Eersel met 27 protestanten op 814 katholieken had dat heel wat meer voeten in aarde. De protestanten wilden wel graag die grote kerk kwijt, die ze toch niet konden onderhouden, maar wilden daar wel graag een en ander voor terugzien; om te beginnen geld voor de bouw van een eigen kerkje en een woning voor de dominee, die nu in de pastorie woonde; kerk en pastorie zouden daarvoor getaxeerd moeten worden.
      Ds. Ross gebruikt alle ter beschikking staande vertragingstaktieken (geen mandaat voor de onderhandelaars, onvoldoende handtekeningen etc.).
      Eind 1799 is de kerk getaxeerd op 2724 en de pastorie op 1750 guldens en kunnen eindelijk de handtekeningen onder de overeenkomst, waarbij de protestanten in de pastorie kunnen kerken tot er een nieuwe kerk is voor hen.
      Gebrek aan geld vertraagt een en ander verder tot Lodewijk Napoleon in 1809 besluit fl. 3000 vrij te maken voor de bouw van de protestantse kerk, die met vertraging (Franse inlijving) in 1812 gerealiseerd kan worden.
      De pastorie wordt als domineeswoning toch bezet gehouden door ds Raucamp tot die in 1817 sterft. De protestanten willen de pastorie dan toch nog niet teruggeven tot de gemeente in 1922 ingrijpt en de pastoor terug kan in de pastorie en de voormalige pastorie verbouwd kan worden tot school.
      De kerk was dus al weer teruggegeven. De toren van de kerk blijft echter in bezit van de gemeente vanwege de alarmfunctie. Wel krijgen de katholieken in 1855 het recht van doorgang door de toren naar de kerk en worden de deuren daarop aangepast.
      De toren blijft tot 1917 in bezit van de gemeente en wordt dan verkocht aan de katholieken, mits de alarmfunctie behouden zal blijven en luiden van de klokken ook voor het overlijden van andersgezinden blijft; een sleutel van de toren blijft daarom op het gemeentehuis in bezit van burgemeester van de Boom.

      In 1837 wordt door pastoor de Wit een nieuwe pastorie gebouwd; hoewel de parochie arm is wordt de kerk opgeknapt en in 1882 wordt het interieur verbouwd en gerestaureerd. In de periode 1880-1900 wordt het interieur ook verfraaid (Hoogaltaar, biechtstoelen, preekstoel, kruisweg, schilderingen Lommen).

      Veranderingen en uitbreiding in de 20ste en 21ste eeuw.
      Ondertussen heeft pastoor Goossens in 1904 een nieuwe pastorie laten bouwen en de Paulusbond met de stenen van de afgebroken oude pastorie; het was een eerste vergaderlokaal voor de jeugd en de arbeiders.

      Eersel groeit ondertussen en daarmee ook de katholieke gemeenschap. Er is behoefte aan een grotere kerk, maar er is geen geld.
      In 1924 wordt daarom de toren opgebroken en een tribune geïnstalleerd, die zo’n 60 jaren later al weer is verwijderd..
      Er blijft discussie over verbouwen versus nieuwbouw. Pastoor Joosten wil dan eigenlijk graag een nieuwe kerk bouwen, liefst meer in het centrum. Kerkmeester W. Kox meent dat de pastoor er dan ook maar wat varkenskotjes bij moet laten bouwen, want de boeren zullen hem dan geen “carbonaai” meer komen brengen.
      De kerk blijft dan toch maar op zijn huidige plaats en wordt in 1930 – 1931 uitgebreid met de huidige zijarmen en een nieuw priesterkoor o.l.v. architect Valk.

      In 1943 werden tijdens de wereldoorlog de klokken weggehaald door de bezetter; na de oorlog zijn er weer nieuwe klokken gegoten, zij het van iets mindere kwaliteit.

      Na de oorlog zijn nog verscheiden kleinere veranderingen gerealiseerd:
      Na het tweede Vaticaanse Concilie is het priesterkoor aangepast (vloer, trappen, altaartafel).
      Het orgel is in die periode gerestaureerd en verplaatst van zangkoor naar het priesterkoor.
      In 1981 is de kerk gerestaureerd
      Glas in loodramen uit de kapel van het klooster in de ramen van het middenschip aangebracht (1993).
      In 2004 altaar, tabernakel en retabel in bruikleen gekregen van de zuster Dominicanessen van Bethanie; altaar en tabernakel geplaatst op de plaats van het St. Jozefaltaar.
      St. Jozefaltaar en oude tabernakel verplaatst naar de kapel achter in de kerk.


      Architectuur.
      De heer Strijbos, architect in Eersel, heeft wat studies gemaakt van de kerken en de torens in de Kempen en die beschreven in zijn boek: Kerken van Heren en Boeren.
      Hij is op grond van bouwhistorische studies tot de conclusie gekomen, dat op de plaats van de huidige kerk oorspronkelijk een houten kerkje zal hebben gestaan, omdat de bouwmaterialen daarvoor beschikbaar waren in de tijd van St. Willibrordus en de eerste eeuwen daarna. Later waarschijnlijk vervangen door een grotere natuurstenen kerk, waarvoor de stenen aangevoerd moesten worden uit Belgie, Frankrijk of de Eifel.
      Rond 1380 is daar de huidige toren bij gebouwd, toen er bakstenen beschikbaar kwamen vervaardigd uit leem uit de regio, met natuurstenen tussenlagen (waarschijnlijk beschikbaar vanuit de wand, waar de toren tegen aan werd gebouwd); zo’n eeuw later is het huidige middenschip tegen deze toren aangebouwd.

      Kerken en vooral de torens in de Kempen lijken wel wat op elkaar (bijv. Eersel en Hoogeloon; ze noemen dat de Kempische gotiek die een bepaalde maatvoering kent: de toren, die aan de voet 8 x 8 m heeft, heeft dan een spits van 16 m. en een eigenlijke toren van 18,5 meter; romp was t.o.v. de spits 1/14de van de totale hoogte hoger dan de spits; de toren was verdeeld in geledingen; hoe meer geledingen (liever 4 dan 3) en hoe hoger de toren, hoe rijker de parochie.

      Gewelven waren oorspronkelijk van hout (tongewelven) waarvan er twee resten over zijn in onze kerk (en in de kapel op de Markt); we hebben ook weinig gemetselde gewelven in onze kerk (alleen in de toren) maar onze gewelven zijn eigenlijk schijngewelven vervaardigd uit vlechtwerk waar stucwerk tegen aan gezet is.

      Onze kerk staat op de lijst van Rijksmonumenten en had oorspronkelijk 2 nummers:
      14569 voor het oude gedeelte 517808 voor de uitbreiding van 1931; inmiddels is daar alleen het laatste nummer nog van over na de sanering van de lijst door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
      In de redengevende omschrijving wordt ook ons monumentale orgel vermeld.

      Pastorie en Kapel a/d/ Dijk staan op de lijst van de gemeentelijke monumenten; de Kapel op de Markt is ook een Rijksmonument

      Monumentenstatus heeft gevolgen voor restauratie en onderhoud.


      De schenking aan St. Willibrordus in 712.

      De schenking, die voor de geschiedenis van de kerk van Eersel van betekenis is gebleven is vervat in een brief, die de pastoor van Deosne (Diessen), Docfa, namens Willibrord’s metgezel de frankische edelman Aengelbert in het jaar 712 schreef. Deze brief, in het Latijn opgesteld, geven we hier in het kort weer.

      ‘In de naam van Christus
      aan de heilige en geliefde vader bisschop Willibrord Aengelbertus, zoon van wijlen Gaobert, schenker.
      Daar de wetten en rechten zulks toelaten, en het de gewoonte van de Franken is naar welgevallen over hun landgoederen te beschikken, en het bovendien nodig is vóór het onzekere einde van het leven iets van het zijne tot Gods eer af te zonderen, om zodoende vergiffenis van zonden te verkrijgen, heb ik, Aengelbert, met raad en instemming van mijn broeder Verengato, tot heil van mijn ziel en eeuwig loon, u, heer en vader, een gedeelte van mijn bezittingen willen schenken, hetgeen ik doe als volgt:
      In het landschap Toxandrië, ter plaatse Eresloch, geef ik u alles wat mij van mijns vaders wege daar toekomt, te weten: drie bouwmanswoningen (sala) met mijn huis en erf, drie lijfeigenen met hunne vrouwen en kinderen, en in Deosne (Diessen) genaamd een bouwmanswoning met lijfeigenen, zijne vrouw en kinderen. Dit alles draag ik van heden af aan u over met het peculium (kerkelijk vermogen) en de verdere aanhorigheden, als hutten, hoven, bossen, gronden, hooi- en weilanden, waterlopen, roerende en onroerende goederen en het watricaso (waterwerk) en wil, dat het u ten eeuwige dage gegeven blijve………….’

      (bron: Jubeljaar 1981 St. Willibrorduskerk Eersel, pag. 25)

      Interieur van de kerk.

      Nieuw altaar en tabernakel .
      In 2004, samen met de retabel van O. L. Vrouw van Altijddurende Bijstand, in bruikleen gekregen van de Dominicanessen van Bethanië bij de sluiting van hun klooster in Venlo en nu geplaatst waar vroeger het St. Jozefaltaar stond.

      Het altaar uit natuursteen en marmer is een ontwerp van architect Jules Kayser uit 1928.
      De tombe is van zwarte natuursteen met een koperreliëf, dat twee duiven aan de bron moet voorstellen. Het altaarblad is van wit marmer, de twee kaarsenbanken aan weerszijde van het tabernakel uit zwart marmer, terwijl voor de poten gekleurd marmer is gebruikt. Het oorspronkelijke tabernakel, in gekleurd en zwart marmer, is in 1956 aangepast door Kloosterman uit Tilburg. De huidige deurtjes zijn van koper met email met symbolische voorstellingen van de 4 evangelisten en symbolen van Christusvoorstellingen, als Lam Gods, Pelikaan, Brood en Vis, en Christusmonogram.
      Twee engelen van koper, 60 cm hoog zijn waarschijnlijk ook van Kloosterman (ca. 1950). Voorheen droegen de engelen de tabernakelbekroning met wit satijnen gordijntjes, later vervangen door de huidige expositietroon met een draaimechaniek, waardoor het Allerheiligste achter glas kon worden uitgesteld.

      Verder horen, volgens de overeenkomst, bij het geheel nog een devotielamp, 6 kandelaars en een altaarkruis.

      2. Retabel van O. L. Vrouw van Altijddurende Bijstand.
      Deze retabel met icoon is ook in 1956 ontworpen door Kloosterman uit Tilburg.
      De icoon is van opaline; de zijpanelen van koper en stellen verschillende Dominicaanse heiligen voor, zoals St. Petrus St. Dominicus, St. Catharina en Imelda Lambartini?. Verder staan daarnaast een aantal titels uit de Litanie van Maria (Troosteres der Verdrukten etc.).

      3. Beelden.
      Stokkelse Kant vanaf het tabernakel: Lucas (met rund) en Johannes (met arend) in zandsteen en aan de andere zijde Johannes en Maria.

      Willibrorduskant: vanaf het Mariaaltaar het Mariabeeld (van Jo Uiterwaal), Mattheus (met kind) en Marcus (met leeuw) in zandsteen en aan de andere kant St. Willibrordus. De Evangelisten zijn afkomstig van het vroegere Hoofdaltaar.

      In het middenschip tegen de pilaren van voor naar achter:
      Links: H. Theresia van Lisieux, St. Paulus (met zwaard) en St. Catharina (met Rad)
      Rechts : H. Antonius van Padua, St. Petrus (met sleutel) en H. Barbara (met toren).

      Verder staan achter in de kerk 2 houten beelden: Christus, het Lam Gods en H. Theresia van Lisieux.

      St. Jozefkapel: St. Jozefbeeld met een retabel met taferelen uit zijn leven (Jo Uiterwaal).
      Verder staat hier ook het vroegere tabernakel op een marmeren zuil.

      Mariakapel: met het beeld van O. L. Vrouw ter Sneeuw, dat meegaat in de jaarlijkse bedevaart naar Werbeek bij Retie (B).

      4. Schilderingen:
      Boven de boog tussen middenschip en priesterkoor een schildering uit 1893 van Lommen uit Roermond (leerling van Cuypers): Christus met het kruis, geflankeerd door 2 engelen; met de tekst:
      “Si vis perfectus esse, tolle crucem tuam et sequere me” (Als ge volmaakt wilt worden neem dan uw kruis op en volg Mij).
      De schildering (in neogotische stijl) is bij de restauratie in 1981 ontdekt, samen met de versiering op de kruisribben van de gewelven.

      De Kruiswegstaties uit 1885 zijn geschilderd op metaal (messing?) en verkregen na een schenking van ene mijnheer Joannes, Chrysostomos Cox, geboortig uit Eersel, die later als rentenier verhuisd is naar St. Huijbregts Lille en daar ook overleden is en voor zijn dood fl. 1000 geschonken heeft aan pastoor Schoenmakers.

      5. Biechtstoelen:
      De offerte voor de biechtstoelen van van Opstal uit Turnhout lag er al in 1885, maar werd pas in 1988 goedgekeurd door de bisschop en aansluitend vervaardigd. Opvallend is het prachtige houtsnijwerk van de engelen met de attributen, die staan voor de tijd, de rechtvaardigheid, de vergankelijkheid en de boetvaardigheid.

      Opm. In de laatste 20 jaar van de 19de eeuw is er veel verfraaid in de kerk met, naast de schilderingen, de kruisweg en de biechtstoelen: een nieuw hoogaltaar en ook een prachtige preekstoel, die nu nog steeds te bewonderen is in de kerk van Duizel.

      6. Kerkbanken.
      De banken uit deze kerk zijn, zoals voor meer kerken uit deze omgeving, vervaardigd door Meubelmakerij en Woninginrichting Cuijpers hier uit de Kerkstraat.

      7. Orgel.
      Ook aan het prachtige monumentale orgel uit deze kerk is een heel verhaal verbonden.
      Oorspronkelijk (1838) stond in onze kerk een eenklaviers balustradeorgel, dat vervaardigd was door de bekende orgelbouwer Bernard van Hirtum uit Hilvarenbeek; latere wijzigingen in 1909 en in 1924 deden afbreuk aan het oorspronkelijke concept. In 1949 werd een nieuw elektro-pneumatisach orgel
      In de oude kas aangebracht door Verschueren uit Heythuysen. In 1969 kwam er een voorstel voor een nieuw orgel, waarbij de oude kas van van Hirtum gecombineerd zou worden met het binnenwerk van een orgel uit Groot-Linden, dat in 1850 gebouwd was door de orgelbouwer Smits uit Reek. In 1972 werd een en ander met enkele kleine aanvullingen gerealiseerd. Toen is het ook verplaatst van het hoge zangkoor onder de toren naar het priesterkoor.
      Op 15 mei 2010 heeft de Brabantse orgelfederatie een excursie georganiseerd langs de 3 van Hirtum-orgels, die nog te vinden zijn in Brabant, i.c. in Eersel, in Hilvarenbeek en in Diessen; er is een CD uitgegeven van het orgelconcert, dat bij die gelegenheid gegeven werd door Ad van Sleuwen (docent aan het conservatorium in Tilburg).


      8. Glas in Lood ramen.
      De glas-in-loodramen waren in feite voorgangers van de stripverhalen, waarin met de afbeeldingen een verhaal verteld werd voor de gelovigen, die niet konden lezen.

      De glas-in-loodramen in het schip van de kerk stammen uit de kapel van het St. Jacobusgesticht (ca. 1901) en zijn in 1993 in de kerk geplaatst.
      Van de ingang naar voor lopend:
      1. Eerste raam rechts: Jezus bij de waterput in gesprek met de Samaritaanse vrouw
      2.Tweede raam rechts: Jezus wordt door Johannes gedoopt in de Jordaan (zie het Lam Gods)
      3. Derde raam rechts: Jezus verricht wonderen (geneest de blinde Bartimeus? Of de knecht van de Honderdman van Kafarnaum; Heer ik ben niet waardig??).
      4. Eerste raam links: Jezus toont Zijn Heilig Hart aan Margaretha, Maria Alacoque (Is geen Bijbels tafereel).
      5.Tweede raam links: Steniging van de H. Stefanus.
      6. Derde raam links: Maria openbaart zich als “De Onbevlekte Ontvangenis”.
      7.Op het priesterkoor links van het orgel: St. Willibrordus en de mensen, die door zijn verkondiging tot geloof komen (Luc van Hoek; Goirle))
      8. Oorspronkelijk achter het altaar en verwijderd bij plaatsing van het orgel: Heilige Drie-eenheid.
      9. Op het priesterkoor rechts van het orgel: De bedevaart naar Werbeek (Luc van Hoek; Goirle).
      10.Achter het Maria altaar: Maria, een jonge Jozef en de duif als symbool van de H. Geest (Zie de dienstmaagd des Heren).
      11. Achter het Tabernakel: Jezus, Maria en Jozef (als oudere man).



      Bron: Piet Hooijmaijer Lezing 1. St. Willibrorduskerk 2012