Kerkstraat 31, 5521 JK Eersel

Monument naam: R.K. kerk v.d. Heilige Willibrordus
Plaats monument: Eersel
Bescherming: Rijksmonument
Monumentnummer: 517808
Monument categorie: Kerkelijke gebouwen
Oorspronkelijke functie: Kerk en kerkonderdeel
Huidige functie: Kerk en kerkonderdeel
Complex:
Complextype:
Datering:
Situering: Binnen de bebouwde kom
Inschrijving register: 9 oktober 2001
XY coordinaat: 150392 / 374280
Kadastrale gemeente: Eersel
Sectie perceel:
Oorspronkelijk bouwjaar: ca. 1480 en 1930-31
Grondgebruik:
Afmeting terrein:
Bronnen: [“Objecten databank Rijksdienst voor het cultureel erfgoed”]
Content: Inleiding

R.K. KERK, gewijd aan de H. Willibrordus, met KERKHOFMUUR. De kerk dateert in oorsprong van vóór 1480 en is in 1930-’31 aan de oostelijke zijde uitgebreid door architect H.W. Valk, waartoe het oude koor is gesloopt. De kerk was vanouds afhankelijk van de Benedictijnen van Echternach, later van de abdij van Postel. De kerk wordt reeds genoemd in 1480. Na beschadiging van de torenspits in 1708 en van het schip werd de kerk in 1718 hersteld. Van 1648 tot 1812 was de kerk hervormd. In 1924 werd de toren gerestaureerd. De uitbreiding door Valk betreft het koor met de apsis, de transeptarmen met portiek en sacristie, de kapellen tussen het oude schip en het transept, de kapellen aan weerszijden van de toren en de kerkhofmuur. Door de aanbouwen aan de oostelijke zijde heeft de koorpartij een sterk centraliserende plattegrond gekregen, waardoor, aansluitend bij de toenmalige liturgische ideeën, de gelovigen aan drie zijden rond het altaar konden worden geschaard. Doel van de architectonische vorm van deze ‘christocentrische-kruisbasiliek’ was een inniger deelname van de gelovigen aan de mis. De architectuur van de twintigste eeuwse uitbreiding staat in dienst van deze doctrine en is gebouwd in een traditionele stijl, waarmee men poogde aan te sluiten bij de stijl van de Kempische gotiek.

 

Omschrijving

De KERK heeft een eenvoudige toren uit omstreeks 1400 met drie geledingen en aan de westzijde dubbele, haaks op elkaar staande steunberen, die aan de noordzijde tot traptoren zijn uitgebouwd. Ca 14e eeuw werd de eikenhouten klokkenstoel vervaardigd. Het driebeukige schip (XV) heeft tufstenen banden in het muurwerk en 18e eeuwse stucgewelven. Het omstreeks 1500 toegevoegde dwarspand heeft houten tongewelven. Centrum van de in handvorm baksteen opgetrokken uitbreiding is de hoog opgetrokken vieringpartij, die aan de zuidelijke en noordelijke zijde is voorzien van een uit drie vensters bestaande lichtbeuk en wordt gedekt door een zadeldak met geschubde lei in Maasdekking. Tegen de oostelijke zijde staat een driezijdig gesloten apsis met spitsboogvensters met bakstenen vorktracering. Boven het dak van de apsis is het muurwerk van de vieringpartij voorzien van drie spitsboogblindnissen. Noordelijk en zuidelijk van de vieringpartij strekken zich twee transeptarmen onder zadeldak uit. Daar waar de armen aan de viering grenzen zijn ze laag en voorzien van een lessenaardak. Aan de oostelijke zijde zijn links en rechts tegen de apsis transeptkapellen aangebracht. Bij het aan de noordelijke zijde gelegen, van de transeptruimte afgesloten portiek, en de toegang naar de zuidelijk van de zuidelijke transeptarm gesitueerde sacristie, zijn de kruisarmen echter voorzien van een hoog oprijzend zadeldak. In de topgevels zijn brede en hoge spitsboogvensters geplaatst, voorzien van een bakstenen vorktracering. De handvorm bakstenen topgevels van transeptarmen, vieringpartij en het oudere transept zijn bekroond met gestileerde natuurstenen kruisen. In het interieur domineert de hoge viering, die aan de oostelijke zijde wordt afgesloten door de van een vierdelig graatgewelf voorziene apsis. Aan de westelijke, noordelijke en zuidelijke zijde opent de viering middels een spitsbogige scheiboog naar respectievelijk het oudere schip, de noordelijke en de zuidelijke transeptarm. De open dakstoel van de viering rust op korbelen en muurstijlen. De oudere oostelijke schipkapellen zijn tijdens de verbouwing van 1930-’31 voorzien van houten spitsbogige tongewelven op consoles en muurstijlen, terwijl de nieuwe transeptarmen over het gedeelte nabij de viering zijn voorzien van een lessenaardak, en, verder van de viering, van een open dakstoel op consoles en muurgebinten. Karakteristiek is het gebruik van ongepleisterde handvorm baksteen. De zuidelijk van het transept gelegen sacristie is een eenlaags gebouw onder lessenaardak met geschubde lei in Maasdekking. In de westelijke gevel is naast een opgeklampte deur in een rondboogportiek een reeks van vier gekoppelde spitsboogvensters aangebracht, voorzien van zware diefijzers. In de zuidelijke gevel zijn twee van dergelijke groepen vensters. Ook in de oostelijke gevel wordt een paneeldeur door twee van dergelijke vensterreeksen geflankeerd. De noordelijke transeptarm is aan de oostelijke en westelijke zijde voorzien van een gemetselde trappartij, die leiden naar een getoogde, opgeklampte dubbele poort, gevat in een gemetselde omlijsting. De apsis is onderkelderd. Deze kelder, die, blijkens de aan de noordelijke zijde opgemetselde schoorsteen, dienst doet als stookkelder, is aan de noordelijke zijde van de apsis middels een trap toegankelijk. De verlengde noordelijke gevel van het in de kern oudere transept is in de topgevel voorzien van drie blinde oculi. De westelijke kapellen (1930-’31), die de toren flankeren, zijn conform het oudere schip uitgevoerd in handvorm baksteen met tufstenen speklagen. De kerk heeft een orgelkas van B.P. van Hirtum uit 1838. In deze orgelkas werd in 1972 een binnenwerk geplaatst van F.C. Smits I uit 1850, afkomstig uit Groot-Linden. Voorts zijn er vier evangelistenbeelden (Waterstaatsstijl of laatbarok).

De KERKHOFMUUR aan de noordwestelijke zijde van het kerkgebouw is opgemetseld in handvorm baksteen en voorzien van een zware, getande ezelsrug en een smeedijzeren poortje.

Foto Winfried Thijssen (2003)
Pentekening Frits Nagel
Pentekening Frits Nagel

 

 

 
Waardering: De KERK is van algemeen belang. Het gebouw heeft cultuurhistorisch belang als bijzondere uitdrukking van de ontwikkeling van het Katholicisme in het zuiden en is tevens van belang als voorbeeld van de typologische ontwikkeling van de Christocentrische volkskerk. Het gebouw heeft architectuurhistorisch belang door de gecompliceerde bouwgeschiedenis, de stijl die teruggrijpt op de historische streekeigen bouwkunst en de detaillering en is van kunsthistorisch belang door de interieuronderdelen. Het gebouw is tevens van belang als voorbeeld van de christocentrische fase in het oeuvre van de architect Valk. Het heeft ensemble waarden vanwege de bijzondere situering, verbonden met de ontwikkeling van Eersel. Het is van belang vanwege de architectuurhistorische en typologische zeldzaamheid.

  • Twitter
  • Facebook
  • LinkedIn
  • email
  • PDF
  • Print